Standaardduits is in Duitsland een gemeenschappelijke taal op school, bij de overheid, in de media en in communicatie tussen regio’s. In het dagelijks taalgebruik wordt het vaak Hoogduits genoemd. In het dagelijks leven spreken veel mensen met een regionaal accent of in een dialect. Daaronder vallen bijvoorbeeld Beierse, Alemannische, Frankische, Saksische, Nederduitse en Rijnlandse varianten, met veel lokale verschillen. Duitsland beschermt historisch gegroeide regionale en minderheidstalen. Daaronder vallen onder meer Deens, Fries, Sorbisch, Romani en Nederduits in hun respectievelijke contexten. Duitse Gebarentaal is een zelfstandige visuele taal met een eigen grammatica. Het is niet simpelweg gesproken Duits dat met de handen wordt weergegeven. Migratie en internationale contacten brengen veel andere talen in gezinnen, scholen, bedrijven en buurten. Meertaligheid kan communicatie, leren en culturele uitwisseling verrijken. Gesproken en geschreven Duits verschillen vaak van elkaar. In formele brieven worden volledige, beleefde formuleringen verwacht, terwijl gesprekken en berichten meestal informeler zijn. Aanspreekvormen hebben een sociale betekenis. ‘Sie’ schept doorgaans een beleefde afstand, ‘du’ duidt eerder op vertrouwdheid of een informele omgeving, al verschilt het gebruik per groep. Duits leren omvat luisteren, spreken, lezen en schrijven. Regelmatig gebruik in het dagelijks leven is meestal belangrijker dan vanaf het begin foutloze grammatica. Duidelijke taal maakt deelname gemakkelijker. Korte zinnen, uitleg van vaktermen, vertalingen, ondertiteling en tolken in gebarentaal kunnen verschillende drempels verlagen.
Taal in Duitsland
De belangrijkste gemeenschappelijke dagelijkse taal in Duitsland is Duits, maar het land is taalkundig veelzijdig. Standaardduits, regionale dialecten, minderheidstalen, Duitse Gebarentaal en veel familietalen worden naast elkaar gebruikt.
VivAVia can make mistakes. Check important information.

